Binnen het Tibetaans boeddhisme is een tulku een gereïncarneerde lama. Het meest bekende voorbeeld is de Dalai Lama, die volgens de gelovigen de 14e incarnatie sinds 1391. De eerste tulku in Tibet was de Karmapa. Françoise Pommaret heeft geschat dat er ongeveer 500 tulkus in Tibet, Bhutan, noord-India, Nepal, Mongolië en de zuidwestelijke provincies van China zijn. Er bestaan ook vrouwelijke tulkus, maar dat is uitzonderlijk.
In sommige tulku linies zijn er twee linies die elkaar aanstellen zoals de Panchen Lama en de Dalai Lama en vice versa. In andere gevallen is er geen directe relatie en wordt de tulku bepaald door andere lamas. Vaak worden testen gebruikt om te zien of een kind personen en objecten van zijn vorige leven kan herkennen en worden hem vragen over zijn vorige leven gesteld. In veel gevallen laat de tulku rond de tijd van zijn overlijden aanwijzingen na en soms ook een voorspellingsbrief.