Onderzoekers denken dat de Mahâyâna als duidelijk onderscheiden beweging, rond de eerste eeuw na Chr. in het noord-westen van India een aanvang nam. Zij schatten dat de beweging een formatieve periode heeft gekend van zo'n vier eeuwen alvorens het in de tweede eeuw in een hoog ontwikkelde vorm naar China werd overgebracht. Volgens Williams (1989) was de ontwikkeling van de Mahayana een langzaam, geleidelijk proces. De Mahayana was geen rivaliserende "school" en derhalve ontstond ze niet ten gevolge van een schisma (sanghbheda). Mahayana en niet-Mahayana monniken konden zonder onenigheid in hetzelfde klooster verblijven, zolang ze dezelfde kloosterregels navolgden.