Kandy is met 112.000 inwoners (2005) één van de grotere steden op Sri Lanka, centraal gelegen op het eiland.
Het was de laatste hoofdstad van het Singalese koninkrijk, voordat het hele eiland onder Engelse overheersing viel in 1815. Tot het einde van de achttiende eeuw stond de kust van Ceylon (de oude naam voor Sri Lanka) onder bestuur van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Dit bedrijf had een haat-liefde verhouding met het inlandse koninkrijk. De VOC was namelijk afhankelijk van de koning van Kandy die over het monopolie op kaneel beschikte.
Kandy is voornamelijk bekend vanwege de Dalada Maligawa (Tempel van de Tand), waar een hoektand van Boeddha bewaard zou worden. In het bijbehorende museum is het verhaal op diverse schilderijen te zien. De tand zou sinds de 4e eeuw na Christus in Sri Lanka zijn, met een korte onderbreking rond 1283, toen de tand terug naar India zou zijn genomen.
Niet alleen door deze tempel, maar ook door de parade genaamd Kandy Esala Perahera, is Kandy de belangrijkste religieuze stad van Sri Lanka. Hierbij wordt de tand van Boeddha door de stad vervoerd op een olifant. Deze parade is in juli of augustus, gedurende een 10 dagen lang feest.
In 1988 werd Kandy door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst.