Dusum Khyenpa (1110 - 1193) was de eerste Gyalwa Karmapa, hoofd van de Kagyu school van het Tibetaans boeddhisme.
Dusum Khyenpa was een bijzonder talentvol kind en studeerde van jongs af aan dharma met zijn vader. Op zijn 20-jarige leeftijd werd hij monnik en studeerd soetra en tantra gedurende tien jaar. Vervolgens ging naar Daklha Gampo - het klooster van Gampopa - om van hem les te krijgen. Dusum Kheynpa kreeg instructies over de Hevajra tantra en bracht vier jaar door in retraite, eenzame meditatie. Vervolgens kreeg hij een volledige transmissie van de Kagyu traditie en volgens de legende leerde hij in negen dagen wat Naropa gedurende twaalf jaren van Tilopa had geleerd. Rechungpa, een leerling van Milarepa onderwees hem vervolgens in de zes yogas van Naropa.
Na het overlijden van Gampopa had hij een visioen van zijn leraar en kreeg zijn laatste instructie: Hij moest naar Kampo Kangra gaan en mahamoedra beoefenen. Dit zou de plaats zijn waar hij verlicht zou realiseren. Hij maakte de belofte dat hij de leeftijd van 84 zou bereiken ten behoeve van de Dharma. Men zegt dat hij daar rond 1160 verlichting bereikte tijdens de beoefening van droomyoga en dat dakinis van hun haren een zwarte kroon maakten.
Vanaf dat moment trok hij als leraar door Tibet en stichtte vele kloosters. Hij maakte tevens een voorspelling over de volgende Karmapas en dat hij bewust zou reïncarneren. De aanwijzingen over zijn volgende geboorte gaf hij aan zijn belangrijkste leerling, Drogen Rechen. Dit was tevens het begin van de tulkus, bewust reïncarnerende lamas.