Een Arahant (Pali: 'een nobele'; Sanskriet: Arhat) is in het boeddhisme iemand wiens geest door diep penetrerend inzicht in de natuur van het bestaan volledig gepurificeerd en bevrijd is, en is in het Theravada boeddhisme de vierde en hoogste graad van verlichting die door een discipel van een Boeddha behaald kan worden. In het Mahayana boeddhisme beschouwt men het Arahantschap vaak als een tussenstation op weg naar het Boeddhaschap. De Boeddha werd ook vaak 'Arahant' genoemd, als een soort titel.
Een Arahant heeft het Nirvana behaald; zijn geest is bevrijd van de drie vergiften van begeerte, boosheid en ignorantie. De Arahant is vrij van de tien ketens die hem binden aan het samsara. Als een Anagami (de derde graad van heiligheid) het Arahant-schap behaalt vallen de zesde tot en met de tiende keten compleet weg en behaalt hij vrijheid en een einde aan het lijden. Bij het fysiek overlijden van een Arahant vindt het Parinibbana plaats, en geen wedergeboorte.
In het Mahayana boeddhisme beschouwt men het Arahantschap soms als slechts een tussenstation op weg naar het Boeddhaschap. De leer in het Mahayana is namelijk dat een discipel van een Boeddha ook zelf een Boeddha kan worden.
In het Theravada echter vindt een van de volgende twee alternatieven plaats
het zelf (zonder leraar) ontdekken van de Dhamma en het behalen van het Nirvana, wat leidt tot het Boeddhaschap het zien van de Dhamma als gevolg van de uitleg van een Boeddha, en het behalen van het Nirvana. Dit is het Arahantschap. Het is hier mogelijk om een keuze te maken tussen deze twee alternatieven. In het Theravada is het Arahantschap dus het einddoel voor een discipel van een Boeddha. Het Boeddhaschap is het einddoel voor een Bodhisatta.