Het boeddhisme is een filosofisch-religieuze stroming die in 588 (of 470) voor Christus in het noorden van India werd gesticht door Gautama Boeddha. Het heeft zich geleidelijk over andere delen van Azië uitgebreid en heeft een centrale rol gespeeld in de spirituele, culturele en sociale ontwikkeling van de oosterse wereld. Tegenwoordig telt het boeddhisme ongeveer 415 miljoen aanhangers, waaronder een snel groeiend aantal in de westerse wereld.
De oorspronkelijke naam van het boeddhisme is Boeddhasasana (pali), wat 'de leer van de Boeddha' betekent. De kern van deze leer is het natuurlijke principe dat de Boeddha ontdekte als resultaat van zijn zoektocht naar een einde van het lijden en de ontevredenheid. "Boeddhisme" is in de loop der tijden een verzamelnaam geworden voor de vele tradities die gebaseerd zijn op de oorspronkelijke leringen van de Boeddha.
Een centraal begrip in het boeddhisme is het Drievoudig Juweel (pali: tiratana). Dit Drievoudig Juweel bestaat uit de Boeddha, Dhamma en Sangha.
De Boeddha is de ontdekker van het principe van de Dhamma (Sanskriet:Dharma). De Dhamma wordt beschreven als doodloos, en bestaat onafhankelijk van de Boeddha. De Dhamma is altijd aanwezig, of er nu een Boeddha is of niet. De Boeddha is ontwaakt aan de Dhamma, verlicht door de superieure kennis van de realiteit in het hier en nu. Dit Dhamma is wat de Boeddha zijn discipelen onderwijst. Als de discipelen de instructies van de Boeddha begrijpen en er naar handelen en het uitvoeren, kunnen zij zelf ook de Dhamma zien. Dan zijn zij ook verlicht en bereiken hetzelfde einde van lijden en ontevredenheid dat de Boeddha bereikte. De Sangha is de gemeenschap van personen die deze staat van verlichting trachten te bereiken.
Boeddha verwijst zowel naar de historische Boeddha in de persoon van Boeddha Gautama, als naar het "Boeddhaschap". Het Boeddhaschap is een titel die gegeven wordt aan personen die door hun eigen inspanning en zonder leraar de Dhamma hebben gezien.
Alhoewel de focus van het boeddhisme heel specifiek is gericht op de karakteristieken van de werkelijkheid (hoe de werkelijkheid is), zijn ook andere aspecten van het leven van belang in het boeddhisme. Het boeddhisme bevat een wijd spectrum aan leringen, die niet direct gericht zijn op de pure kern van de Dhamma, maar zorgen voor de ontwikkeling van het karakter. Voorbeelden van deze leringen zijn de vijf voorschriften, de vier verheven geestestoestanden en de tien paramitas. Boeddha zei dat als een persoon naar deze principes handelt en ze in zichzelf ontwikkelt, hij gelukkiger zal zijn en beter in staat is ook de hogere Dhamma beter te begrijpen en toe te passen.
De vijf voorschriften zijn het basisniveau van moraliteit voor een praktiserende boeddhist. Indien iemand dat wil, kan hij ervoor kiezen om in plaats van de vijf voorschriften vrijwillig de acht voorschriften, de tien voorschriften of de patimokkha voor monniken of nonnen na te leven.
De vier verheven geestestoestanden zijn vriendelijkheid, compassie, vreugdevolle appreciatie en evenwichtigheid. Het zijn de vier 'goddelijke' geestestoestanden, omdat gezegd wordt dat de goden deze vier geestestoestanden in ruime mate bezitten.
De tien paramitas zijn de tien perfecties van het Theravadaboeddhisme. In het Mahayanaboeddhisme zijn er zes paramitas. De tien perfecties zijn karaktereigenschappen, die door oefening kunnen groeien in het karakter van het individu. De tien paramitas zijn: vrijgevigheid, moreel gedrag, verzaking (afstand doen), wijsheid, energieke inspanning, geduld, oprechtheid, vastberadenheid, vriendelijkheid en evenwichtigheid. De zes perfecties van het Mahayana zijn: vrijgevigheid, moreel gedrag, geduld, vreugdevolle inspanning, concentratie en wijsheid.
Verder bestaan in de boeddhistische kosmos goden en geesten, en is deze boeddhistische beschrijving van de kosmos niet in tegenspraak met de moderne wetenschap. De Boeddha onderwees ook het principe van karma (kamma): goede acties leiden tot goede resultaten, en slechte acties hebben slechte gevolgen. Boeddha zei dat karma bestaat uit intentie. Het gaat bij karma dus om de intentie die de actie motiveert.
Ook het beginsel van wedergeboorte is een fundamenteel boeddhistisch concept. De manier waarop wedergeboorte plaatsvindt, heeft veel te maken met hoe een persoon in het verleden gehandeld heeft. Goede acties brengen een wedergeboorte als een hogere of lagere brahma of deva (dit zijn twee soorten goden), of als een mens in een comfortabele situatie. Slechte acties veroorzaken een wedergeboorte in een hel, als een geest of dier, of als mens in een slechte situatie. Ook een leven in een hemel is echter slechts tijdelijk. Als het leven daar voorbij is, volgt een geboorte in misschien een lagere hemel (deva), een mens, dier of in een hel. Het hangt af van het ethisch karakter van vroegere handelingen.
Het huidige leven wordt volgens het boeddhisme voorafgegaan door een lange reeks vorige levens. Alleen het bereiken van verlichting brengt dit alsmaar doorgaand rad (samsara) van doodgaan en geboren worden tot een einde. Dan is er ook een einde aan ouderdom en ziekte, zorgen, spijt, pijn en wanhoop.
De Boeddha moedigde een gezonde verhouding tussen geloof en directe empirische waarneming aan. Hij zei dat geloof gebalanceerd dient te worden met wijsheid. De wijsheid in het boeddhisme is gericht op het correct begrijpen van het leven, en uit zich in een leven dat correct geleefd wordt. Geloof alléén is blind, het gelooft alles wat gezegd wordt en kan niet discrimeren tussen waarheid en onwaarheid.
De Boeddha zette verschillende concepten uiteen, die essentieel zijn voor een correct begrip van de werkelijkheid hier en nu. Zonder een correct begrip van deze concepten is verlichting niet mogelijk.
De vijf khandhas zijn de vijf groepen van ervaring. Alles wat een mens ervaart behoort in een van deze groepen. Alleen het nirwana ligt erbuiten. De vijf groepen zijn: vorm, gevoel, perceptie, mentale formaties (gedachten en intenties) en het bewustzijn.
Er zijn zes zintuigen; mond, neus, oren, ogen, lichaam en geest. Wanneer we bewust zijn van een van deze gevoelsorganen, zijn er noodzakelijkerwijs drie dingen aanwezig zijn: het gevoelsorgaan zelf, het object dat ermee in contact komt en het bewustzijn van dit contact.
De vier nobele waarheden hebben tot doel het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid, oorzaak, oplossing en het overkomen van lijden en ontevredenheid. Deze waarheden worden soms ook geformuleerd in termen van de aanwezigheid van geluk, haar oorzaak, de afwezigheid ervan en de oorzaak van deze afwezigheid.
Het edele achtvoudige pad bestaat uit: juist begrijpen, juiste intenties, juist spreken, juiste handelingen, juist levensonderhoud (beroep), juiste aandacht, juiste inspanning en juiste mentale absorptie. Het achtvoudige pad wordt vaak ook kort omschreven als moraliteit (of ethisch goed gedrag), samadhi (meditatie) en wijsheid.
Het afhankelijk ontstaan (pali: paticca-samuppada) komt overeen met het principe van oorzakelijkheid. Alle dingen zijn geconditioneerd en zijn ontstaan als gevolg van directe oorzaken en omstandigheden. Indien bepaalde condities veranderen of nieuwe condities ontstaan, kan dit leiden tot het vergaan of verdere groei van een (fysiek of mentaal) object of ding.
In haar meer specifieke vorm is het principe van het afhankelijk ontstaan gericht op het begrijpen van de oorzaak van het lijden en de ontevredenheid die mensen ervaren. Het afhankelijk ontstaan bestaat uit twaalf stappen. In het kort is de grondoorzaak van het lijden onwetendheid. Als er onwetendheid is, worden de gevoelens die ervaren worden in de zes zintuigen verkeerd gezien en ontstaat er verlangen. Als er verlangen is ontstaat er gehechtheid. Als er gehechtheid is ontstaat er pijn, spijt, ontevredenheid, geboorte, ouderdom, ziekte en dood. Op deze manier leidt de aanwezigheid van onwetendheid tot het lijden.
Het principe van nu-causaliteit (pali: idapaccayata) verwijst naar de observatie dat oorzaak en gevolg constant plaatsvinden in het hier en nu. Het is een belangrijke realisatie, die leidt tot het zien van de Dhamma en het bereiken van het nirwana.
De middenweg is een centraal aspect van de praktijk van het boeddhisme. De leer van de middenweg benadrukt het vermijden van de twee extremen van 'het nastreven van sensueel geluk in sensueel plezier' en 'het nastreven van zelfkwelling of zelfkastijding'. Deze twee extremen zijn volgens de leer van de middenweg onvoordelig, en leiden niet tot verlichting. De middenweg bestaat uit het achtvoudige pad, en heeft betrekking op de vier nobele waarheden. Wie de middenweg tot het einde volgt, bereikt het nirwana.
Het boeddhisme is vanaf het begin af aan gecentreerd rond de monastische Sangha. Boeddha was zelf een monnik en de grote meerderheid van zijn verlichte discipelen waren ook monnik (Pali: bhikkhu) of non (bhikkhuni). Er waren daarnaast echter ook genoeg verlichte leken.
De Boeddha legde een code van discipline neer, genaamd de patimokkha (Pali). De patimokkha voor bhikkhus (of monniken) bestaat uit ongeveer 227 regels. Naast de patimokkha zijn er nog meer dan duizend andere regels en richtlijnen waar de monniken en nonnen zich aan moeten houden. Het totaal aan gedragsregels en discipline wordt de Vinaya genoemd.
Een andere belangrijke regel is dat bhikkhus en bhikkhunis geen geld mogen gebruiken en ontvangen, en zich niet mogen inlaten met directe ruil van goederen met leken. Monniken en nonnen leven in kloosters of tempels. Een boeddhistische tempel wordt ook wel een wat genoemd in Zuidoost-Azië.
Na de dood (het parinibbana) van de Boeddha breidde the boeddhisme zich uit van Noord-India tot de gebieden die beslagen worden door de volgende hedendaagse landen: India, Nepal, Pakistan, Bangladesh, Sri Lanka, Myanmar, Afghanistan, Tadzjikistan, Oezbekistan, Turkmenistan, Kirgizië, Kazakstan, Thailand, Laos, Cambodja, Vietnam, Maleisië, Indonesië, China, Tibet, Bhutan, Mongolië, Taiwan, Japan, Noord-Korea en Zuid-Korea.
Via de zijderoute was het boeddhisme in de periode van 300 v. Chr. tot ongeveer 600 n. Chr. ook in beperkte mate aanwezig in Egypte (Alexandrië) en het huidige Griekenland, Turkije, Israël, Jordanië, Syrië, Irak en Iran. De invloed van de Grieken is ook terug te vinden in het boeddhisme: zij maakten de eerste Boeddhabeelden in de toenmalige Griekse staat Bactrië in het huidige Afghanistan. Tegenwoordig is het boeddhisme ook bekend, geaccepteerd en aanwezig in het Westen.
In de 12e eeuw is het boeddhisme verdwenen uit India als gevolg van de vervolging door de moslims die India veroverden. Ook in Afghanistan, Pakistan en het Midden-Oosten verdween het boeddhisme door de opkomst van het moslim geloof. Vanaf 1950 is het boeddhisme onderdrukt in de landen China, Tibet, Vietnam, Noord-Korea, Laos en Cambodja. In elk van deze landen is dit gebeurd gedurende een communistisch dictatoriaal bewind.
De oudste verzameling geschriften in het boeddhisme is de Pali Canon (pali: tipitaka), zoals dat bewaard is gebleven in de Theravada Traditie. Het is opgesteld in de taal pali en bestaat uit 3 onderdelen (de pitakas):
Er zijn ook veel commentaren op de Pali Canon gemaakt. Deze worden in een aparte set uitgegeven. In 250 v. Chr. is de Pali Canon 'gesloten'. Sindsdien zijn er geen toespraken toegevoegd, veranderd of weggehaald. Al met al bevat de Pali Canon 44 boeken in de Thaise editie: een hele boekenkast vol.
Ook in de geschriften van het Mahayana boeddhisme zijn de originele geschriften van de Boeddha aanwezig. Daar zijn ze echter vertaald naar de taal sanskriet. Sommige toespraken uit het Pali Canon zijn echter niet terug te vinden in de geschriften van het Mahayana. Daarnaast heeft het Mahayana vele andere toespraken van de Boeddha die waarschijnlijk niet echt door de Boeddha uitgesproken zijn. Deze toespraken bevatten nieuwe leringen. Volgens een Mahayana traditie zijn deze toespraken door de Boeddha in de hemel gegeven aan de goden daar, zijn daar behouden en ongeveer 600 tot 1200 jaar later weer opgetekend door monniken in de Mahayana traditie. Ook hebben de latere lokale tradities zoals in bijvoorbeeld Tibet, China en Korea latere geschriften toegevoegd. De geschriften in het Mahayana worden door het Mahayana beschouwd als een bredere leer die voor meer mensen geschikt is dan de originele leer.
Het boeddhisme is in haar lange historie nog nooit de oorzaak geweest voor een oorlog. Al voeren de boeddhistische landen wel oorlog, dit wordt gedaan met het begrip dat het slecht is en tegen de leer van Boeddha ingaat. In het boeddhisme is er geen excuus voor het gebruiken van geweld.
"Haat eindigt niet door haat.
Haat eindigt door liefde.
Dit is een eeuwige wet."
— Boeddha
Het boeddhisme heeft een vreedzame invloed op de maatschappij. In boeddhistische culturen zijn deugden als het streven naar vriendelijkheid, compassie, harmonie, kalmte en acceptatie duidelijk aanwezig. Ook vreugde en uitbundigheid worden in boeddhistische landen geaccepteerd.
Veel boeddhisten kennen veel belang toe aan de goden en geesten zoals die in de boeddhistische kosmos voorkomen. De leer erkent immers het bestaan van geestelijke wezens die langer leven dan de mens en bovenmenselijke krachten bezitten. Ze worden ruwweg onderverdeeld in 'goede' en 'kwade' geesten. De meeste boeddhisten leven met het bestaan van deze geesten en voelen zich genoodzaakt hen te vriend te houden door het regelmatig offeren van giften als voedsel, bloemen, kaarsen en wierook. Dit is niet tegen de basisprincipes van het boeddhisme. Sommige boeddhistische stromingen zien deze geestelijke wezens ook als aspecten van het leven en het universum.
bron: Wikipedia